VARKEN
Aardig: de schrijfster Marie Darrieussecq (1969) schreef een eigen versie van Kafka’s ‘Die Verwandlung’ met haar roman ‘Truïsmes’(1997), over een jonge verkoopster in een parfumeriewinkel, die schunnige dialogen voert met haar mannelijke klanten en die
gaandeweg de roman langzaam in een varken verandert en trek krijgt in mensenbabies.
Deed in de verte denken aan de beruchte roman ‘De slager’ (1989) van Aline Reyes (ook van Franse origine), over een jonge vrouw die erotisch in ban raakt van een varkensachtige slager die haar allerlei smerigs influistert, en zij erover fantaseert hoe zij voor de slager vrouwelijke klanten naar de keuken zal slepen en de vrouwen samen met de slager misbruiken, tussen de gekoelde karkassen.
Weg van de varkens. Mooi (oud) citaat van Alf Tent, archiefmedewerker van de Rijksuniversiteit Groningen:
‘uiteindelijk blijft niet wie schrijft, maar wie archiveert’ (uit rubriek ‘De werkplek’ in het universiteitsweekblad UK d.d. 8 juni 2006; als archiefman lees ik natuurlijk oud nieuws).
Dit citaat kan in algemene zin zowel ten goede als ten kwade worden geduid. Het lot van een dossier zou dan, in de negatieve context, afhankelijk zijn van de grillen van een archiefmedewerker, los van de wettelijke vernietigings-of bewaarcriteria.
Afgelopen donderdag lichtte ik oude dossiers uit het archief over zaakgelastigden te Balk, Woudsend en Heeg. Ha, Woudsend en Heeg:
Nu weet ik, wie gij zijt,
de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna,
nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg.
Ik hoor mijn Moeders stem.
O Dood, die waarheid zijt: Nader tot U.
(Gerard Reve, 'Herkenning')
Verder gelezen ‘En in een mum is het avond' (1975) van Buddingh, dagboek derde deel. De huiselijkheid, ik zou bijna zeggen kneuterigheid, walmt van de bladzijden zo je eigen
huiskamer in. Buddingh lijkt me wel een gezellige man te zijn geweest, die van anekdotes hield, van Britse zoveelsterangslectuur, cricket en nog meer zaken zonder echt veel belang of gewicht, zijn katten uitgezonderd; de liefde voor zijn katten werkt aanstekelijk en ga ik zelf ook weer met andere ogen naar katten kijken. Buddingh, op pag 90: ‘Ik ben een gezelligheidsmens die graag veel alleen is’, en daarin herken ik mezelf. Mooie verslagen van Poetry International.
Verdere archivalia over o.a. antiquarische zaken.
Ik heb mij eens verdiept in het antiquarenwezen, de wereld van de oude boeken, maar dat milieu kwam mij nog vreemder voor dan die van de archieven, hoewel toch meer omgeven met romantiek en liefde voor het boek. Ik las de levensverhalen van beroemde antiquaren als Max Elte, Nico Israel, Menno Hertzberger, alsook de latere Frits Knuf en Anton Gerits. Allemaal mannen van statuur, je kwam zelden iets te weten over hun vermogendheid, maar vermogend moeten zij geweest zijn, hele dure bibliotheken kochten zij op, zij reisden de wereld rond op zoek naar zeldzame boeken uit bijvoorbeeld de zestiende eeuw.
Ik ben eens op een antiquarenbeurs geweest, uit nieuwsgierigheid. De handelaren omgaven zich met veel geheimzinnigheid, men was terughoudend met het geven van informatie (bedrijfsgeheimen?), en zodra ik in de buurt van hun dure handel kwam, schoof een diender van het vermaarde antiquariaat zich tussen mij en het dure boek dat ik wilde bekijken, alsof ik van plan zou zijn geweest erop te spuwen of er een vandalenmes in te planten. Zoiets doet erfgoedman natuurlijk niet, maar toegegeven: door op de heenweg niet te schuilen voor een regenbui zag ik er wellicht wat verwilderd uit.
Muziek van het moment: Wolfmother, 'Witchcraft'
Reacties